Maar hoeveel ontwerpvrijheid heb je nog als zo’n bank uiteindelijk ook écht gemaakt moet worden? Meer dan je misschien denkt, zegt Karien Ris, oprichter van maatkussenspecialist Milouna. “Mijn advies is juist: begin niet te denken in technische beperkingen. Ontwerp wat je mooi vindt. Wij kijken vervolgens hoe we het kunnen realiseren.”
De rechte bank heeft er de afgelopen jaren flink wat concurrentie bij gekregen. In hotels, restaurants, kantoren en woningen verschijnen steeds vaker gebogen banquettes, geïntegreerde zitplekken en grote organische zitlandschappen. Op een render lijken die vormen vanzelfsprekend. In de uitvoering begint vervolgens het echte werk: de lijnen van het ontwerp moeten worden vertaald naar een harde onderconstructie, schuim, stof en confectie. En die materialen houden zich niet altijd keurig aan de tekening. “Dat is precies waarom ervaring bij dit soort maatwerk zo belangrijk is,” zegt Ris. “Je moet niet alleen kunnen maken wat er getekend staat. Je moet vooraf kunnen voorspellen wat schuim en stof met die vorm gaan doen. Een radius die technisch exact klopt, kan er na het stofferen toch anders uitzien.”

Bijna alles kan
Betekent dat dat ontwerpers hier vooraf al rekening mee moeten houden? “Alsjeblieft niet,” zegt Ris. “Ik zou het proces juist omdraaien. Ontwerp eerst de bank die je voor ogen hebt. Laat ons vervolgens kijken hoe we die kunnen realiseren. Als je vanaf de eerste schets alleen maar denkt in wat technisch makkelijk te maken is, krijg je uiteindelijk ook een technisch makkelijke bank. En daar wordt een interieur meestal niet spannender van.” De speelruimte is volgens Ris groot. Rondingen, afwijkende hoeken, asymmetrische vormen, lange zittingen en kussens die exact een architectonische lijn volgen: met de juiste constructie is veel mogelijk.
Maar de natuurkunde laat zich niet helemaal wegontwerpen. “Zwaartekracht is bijvoorbeeld gewoon zwaartekracht. Als je een groot rugkussen onder een bepaalde hoek wilt laten staan zonder constructieve ondersteuning, kunnen we daar heel lang creatief naar kijken, maar op een gegeven moment wint de zwaartekracht.” Een tweede grens is de stof zelf. “Stof heeft een vaste breedte. Als je een zeer groot element uit één ononderbroken stuk stof wilt maken, kan er een moment komen waarop dat fysiek niet kan. Dan heb je een naad nodig. Maar vervolgens wordt het interessant: waar leggen we die naad zodat hij logisch onderdeel wordt van het ontwerp?” Juist daar begint volgens Ris het vak.

Een tekening is nog geen kussen
Bij een standaard rechthoekig zitkussen is de maatvoering relatief overzichtelijk. Bij een organische bank ligt dat anders. Een rugkussen dat op papier exact dezelfde radius volgt als de achterwand, hoeft in werkelijkheid bijvoorbeeld niet automatisch perfect aan te sluiten. Schuim heeft dikte en compressie, stof komt onder spanning te staan en een kussen wordt gebruikt. “Wij kijken daarom niet alleen: past het? De vraag is of de oorspronkelijke lijn van het ontwerp overeind blijft wanneer we er een echt product van maken.” Bij complexe vormen werkt Milouna daarom met nauwkeurige inmetingen, mallen en waar nodig technische tekeningen. Bij zeer bepalende vormen wordt vaak eerst een proefkussen gemaakt.
“Een centimeter verschil lijkt, helemaal bij zachte materialen zoals een kussen, onschuldig. Maar als een ronding over vier of vijf meter doorloopt, kan een kleine afwijking zich voortzetten. Daarom moet je bij organische vormen ontzettend precies weten waar je meet en vooral wát je meet.”
Bank en kussens vormen één ontwerp
Een ander aandachtspunt is de onderconstructie. In de praktijk wordt het houten of metalen deel van een bank soms volledig uitgewerkt voordat het zachte maatwerk aan bod komt. Dat kan prima gaan. Maar niet altijd. “Dan zien we bijvoorbeeld een prachtige houten constructie, maar blijkt er nauwelijks ruimte te zijn voor de gewenste rugdikte. Of een overgang zit precies op een plek waar je bij de stoffering geen naad wilt. Denk ook aan opbergruimte onder een bank. Dat zijn dingen die je liever ziet voordat alles gebouwd is.”
Daarom pleit Ris ervoor om de specialist in het zachte maatwerk tijdig mee te laten kijken. “Niet om tegen de interieurarchitect te zeggen: dat kan niet, dat kan niet en dat kan ook niet. Precies het tegenovergestelde. Als wij vroeg genoeg zien wat de bedoeling is, kunnen we bedenken hóé we het wel kunnen maken. Waar komen de naden? Hoe dik moet het schuim worden? Hoeveel ruimte heeft een rugkussen nodig? Moeten elementen uitneembaar zijn? En waar kan een rits worden geplaatst zonder het lijnenspel te verstoren? Het zijn allemaal kleine technische beslissingen. Maar bij elkaar bepalen ze uiteindelijk of je naar een prachtige organische bank kijkt of naar een verzameling kussens op een onderstel.”

Acht meter bank is niet per se een acht meter lang kussen
Ook schaal vraagt om keuzes. Een meterslange banquette hoeft niet automatisch één even lang zitkussen te krijgen. Soms is opdelen technisch noodzakelijk en soms is het simpelweg mooier of praktischer.
“Dan zoeken we naar natuurlijke breekpunten. Een lijn in de architectuur, een overgang in de onderconstructie of de verdeling van de zitplaatsen. Een naad hoeft helemaal geen concessie te zijn. Als je hem goed positioneert, kan hij juist onderdeel worden van het ontwerp.” En er is nog een buitengewoon praktische werkelijkheid: een eenmaal geproduceerd element moet ook op zijn definitieve plek terechtkomen. “Je kunt een fantastisch kussen van vijf meter met een solide onderplaat maken, maar als het vervolgens niet door de entree of in de lift past, heb je toch een probleem. Bij groot maatwerk denken we dus ook na over transport en plaatsing. Dat hoort net zo goed bij maakbaarheid.”
Ook de keuze van de stof heeft invloed op het eindresultaat. Een soepele stof laat zich anders rond een gebogen vorm verwerken dan een zware, stugge kwaliteit. Een dessin kan op een staal prachtig ogen, maar zich over een meterslange banquette heel anders gedragen. En dan zijn er piping, sierstiksels en naden.
“Piping kan een ronding prachtig accentueren, maar kan een organische bank ook visueel in stukken hakken. De vraag is daarom niet alleen welke afwerking mooi is. Je moet je afvragen: welke lijn willen we hier eigenlijk benadrukken?” Volgens Ris komen ontwerp en ambacht juist op dat punt heel dicht bij elkaar. “De mooiste oplossing is meestal niet die waarbij je alle technische aspecten probeert te verbergen. Het is de oplossing waarbij techniek en ontwerp zo goed samengaan dat je er als gebruiker helemaal niet over nadenkt.”

Werken met protoypes
Bij hospitality- en projectinrichting komt daar nog een uitdaging bij: reproduceerbaarheid. Een organische vorm kan tientallen keren terugkomen in een hotel, restaurant of kantoor. “Eén complex kussen perfect maken is één ding. Zorgen dat nummer twintig exact dezelfde ronding, zithoogte, spanning en uitstraling heeft, is echt een ander verhaal.” Daarom werkt Ris bij grotere series graag met een prototype of proefelement. “Eén keer maken, kijken, voelen en kritisch zijn. Hoe zit het? Kloppen de verhoudingen? Doet de stof wat we verwachtten? Is de afwerking goed? Als iedereen vervolgens zegt: ja, dit is hem, heb je een standaard voor de hele serie.”
Dus: hoeveel ontwerpvrijheid heb je als architect? Heel veel. Misschien zelfs meer dan ontwerpers soms denken. “Mijn boodschap zou echt zijn: ontwerp vooral vrij. Het is veel interessanter om daarna samen uit te zoeken hoe we het gaan maken, dan om bij de eerste schets al te bedenken waarom iets misschien niet zou kunnen.”